Kunsthal Hof88 bannerlogo1100b

Een stille omgang
Openingstoespraak bij de tentoonstelling van werk van Albert Bouhuis en Pamela Ann McAdam bij Indigo Almelo op 1 november 2015, door Willem M. Visser

Vorige week stond in de NRC een berichtje over een onstuimig kunstwerk in de Singelgracht te Alkmaar als onderdeel van een kunstroute, dat in meer dan één opzicht beroering wekte.
Stelt u zich voor: je passeert op je gemak een brug over de altijd rustige gracht. Onverwacht geraakt het water in beroering, begint te borrelen en te bruisen, en dat in deze tijd van maatschappelijke onrust. Dus wat doet de van gemeenschapszin doordrongen burger? Juist: 112 bellen. Anderen, iets meer to the point, belden de gemeente, waardoor de ambtenaren van de desbetreffende afdeling vrijwel geen rust meer hadden.
Hierop bedachten de organisatoren van de kunstroute de volgende oplossing: ze lieten een degelijk bord maken met de tekst ‘DIT IS KUNST’, en dat werd aan de reling van de brug aangebracht. Maar hier was de kunstenaar weer niet blij mee. Verbolgen knipte hij het bord los en smeet het in de gracht. En dat werd dan weer gefilmd.
Al met al niet onbegrijpelijk dat de kunstenaar gepikeerd was. Behalve dat de aanduiding ‘Dit is kunst’ denigrerend kan overkomen, is het ongewenst er op die manier de aandacht op te vestigen. Een kunstwerk moet uit zichzelf de aandacht trekken, intrigeren, beroering of ontroering wekken. Wel, wat dat betreft bent u hier bij Indigo gewoonlijk, en dus ook vanmiddag, aan het goede adres.
De getoonde kunstwerken van Pamela Ann McAdam en van Albert Bouhuis vormen een goede combinatie, hoe verschillend de thema’s en werkwijzen ook zijn. Zonder u voor de voeten te lopen wil ik u meenemen op een omgang door de zalen, in de hoop dat u bij eerste kennismaking geïntrigeerd raakt door wat hier getoond wordt en een keer terugkomt om in alle rust uw eigen stille omgang te maken.
Bij binnenkomst wordt de bezoeker bij wijze van spreken verwelkomd door een zelfportret van Albert Bouhuis als jongeman, om dan meteen de galerie links ingelokt te worden door een volière van de natuur: merels, eksters, kraaiachtigen die iets menselijks hebben. Een kauwtje lijkt te snauwen: ‘Had je wat?’ En een ander: ‘Ja hoor, dat heb ìk weer…’ Roerloze tekeningen die reuring suggereren.
Rechts van de ingang wordt om verstilling gevraagd door de gedichten ‘Splendor’ en ‘Sneeuwavond’ van H.C. ten Berge, echtgenoot van Pamela McAdam, met van haar hand schilderingen in ecoline. Mooi, later nog eens beter lezen en kijken; nu moeten we verder naar de grote zaal, ‘bevangen door een schoonheid die weer snel vergaat’, zoals in ‘Sneeuwavond’ staat.
Groot en klein in een bonte afwisseling. Groot en klein ook in de kinderherinnering van Albert Bouhuis: hij herinnert zich hoe hij als klein kind opkeek naar een pony en dat beleeft hij opnieuw. Dat laat het schilderij òns beleven. Hoewel, schilderij..? Dichtbij gekomen zie je dat het een enorm stuk board is, een afgedankt schoolbord, waar hele stukken uitgestoken zijn om er reliëf in te krijgen. Dat geeft een beetje een ruig effect, zoals het kind in zijn prille jaren een paard kan hebben ervaren, of überhaupt het leven op het land. Ruig, ruw en imposant.
Schuiven met de afstand is bij het beschouwen van het werk van Albert Bouhuis trouwens van wezenlijk belang. Blijf je op afstand, dan weet je niet wat je mist. Kom je dichtbij, dan weet je niet wat je ziet!
Tegenover de pony hangt een schilderij van een markant werkpaard, dat ons aanblikt met ademdampen om de snuit. Dichterbij komend zie je dat het een samenvoeging betreft van afgedankte stukken tapijt, aan de achterzijde beschilderd. Inderdaad ja, dit is kunst: kundigheid, vakmanschap, rijkdom aan ideeën, creativiteit.
Naast de ingang naar het kabinet, waar het werk van Pamela bijeen gebracht is, hangt een intens verstild schilderij van Albert, een takje bij de deurpost, een teken aan de wand. Bij binnenkomst is het of je een kamer in een Egyptische piramide binnengaat. Menselijke gestalten in hun roerloosheid, in zichzelf verzonken. Zelfs wanneer hun blik in onze richting gaat, zien ze ons niet. Ze gaan schuil in hun kwetsbaarheid, ze zijn gepantserd in hun teruggetrokken houding en daarin ligt hun kracht.
Door hun samenhang in dit kabinet versterken de werken elkaar merkbaar.
Neem bijvoorbeeld het schelpmotief. Dat komt een aantal keren voor, soms heel opvallend, soms als een vingerafdruk van het leven. De schelp, pantser voor het kwetsbare diertje dat daarin geborgen leefde, weerstaat ook niet alles en zeker niet de tijd. Sommige zijn gerafeld, gekwetst, andere geplet.
‘Alles van waarde is weerloos’, zegt een verzekeringsmaatschappij het de dichter lucebert na. Zeker, voor een verzekeraar is er maar één betekenis denkbaar voor een regel. Voor een dichter is elke dichtregel vatbaar voor tegenspraak, of op z’n minst voor een andere interpretatie. Zo kun je ook beweren: alles van waarde is weerbaar. Bijvoorbeeld weerbaar door innerlijke kracht. Of door te laten zien wat mensen elkaar aandoen. Een enkele mensgestalte heeft de houding van een gehangene en is daarin mijns inziens een aanklacht: de ene mens laat de andere mens stikken.
Het teruggetrokkene, het geïsoleerde, zie je ook in de drie Chagall-achtige schilderingen: droombeelden als toneelscènes waarin iedereen en alles op zichzelf is. Zoals dat in dromen veelal beleefd wordt.
Er zit niet veel beweging in het werk van Pamela, maar wel een grote bewogenheid.
De emotie is stilgezet en vanuit die roerloosheid kan de beschouwer ontroerd worden. Neem het drievoudig ‘Miss P’s handkerchief’: een mannenhoofd, getekend achter geschept papier, een vader buiten de tijd. Het was volgens de legende de Heilige Veronica die met haar zakdoek het gezicht van Jezus depte toen hij bijna uit de tijd was; die legendarische doek staat bekend als ‘de zweetdoek van de Heilige Veronica’, en is in de loop der eeuwen nogal eens onderwerp van een schilderij geweest. De serie ‘Miss P’s handkerchief’ is daarvan dus een hedendaagse versie.
Bij het verlaten van het kabinet zien we aan de overzijde een enorm schilderij van een klein plantje, wolfsmelk. Door de sterk vergrote voorstelling komen allerlei kleuren en vormen aan het licht die we anders niet zouden opmerken. Ook weer een schilderij om zowel op afstand te ondergaan, als er van dichtbij in op te gaan.
En zo komen we in de tuinzaal, waar u al een poosje zit te kijken naar het schilderij ‘Jongeman als kunstenaar’, een kennelijke toespeling op de roman van James Joyce
Zelfportret van de kunstenaar als jongeman. Uit alle verwikkelingen des levens zien we de jongeman naar voren komen en kleur bekennen.
‘Zo jongeman, dan kun jij ons zeker wel vertellen wat kunst is?’
‘Och, wel zo’n beetje. Om te beginnen moet je natuurlijk talent hebben. En ook een soort van creativiteit, snap je, in je ideeën en in de vormgeving. En het belangrijkste: vakbekwaamheid.’
O, daar had ik nog niet aan gedacht. Inderdaad, die vakbekwaamheid. Laat ik dat nog even goedmaken.
De werken van Pamela die we hier zien zijn allemaal gemaakt op papier; dat vereist wel kennis van de diverse soorten papier en hun toepassingsmogelijkheden. Papier, dat oude materiaal waar de Egyptenaren ver voor onze jaartelling al gebruik van maakten. En in de middeleeuwen kende men geschept papier, dat zo gewaardeerd werd en wordt om de gelijkmatigheid ervan. De tekeningen met de handkerchief zitten achter geschept papier dat Pamela zelf gemaakt heeft. Over vakbekwaamheid gesproken… En kijkt u bij gelegenheid nog eens goed naar die schelpen. Waar komen die eigenlijk vandaan?
Albert, ik zei het al, gebruikt afgedankte materialen, maar ook gloednieuwe, waarvan de toepassing in de beeldende kunst volstrekt ongebruikelijk is. Zo heeft hij voor zijn zelfportret en voor het al genoemde takje kit gebruikt om gloed en dieptewerking te realiseren. Naast de natuur heeft namelijk ook de techniek zijn interesse, zowel de techniek van het eigen vakmanschap als de techniek in de maatschappij. Zie de trekker, hier in de zaal, die nazaat van het werkpaard. En de auto bij het begin van de expositie, naast het zelfportret als jongeman. Aangezien ‘auto’ ook ‘zelf’ betekent hangen ze terecht bij elkaar om de hoek. Maar ik ga niet opnieuw beginnen. Hopelijk doet u dat zelf een keer, en wordt u ‘bevangen door een schoonheid’ die dan niet zo snel vergaat.
Ik complimenteer Indigo Almelo met deze expositie, feliciteer Pamela Ann McAdam en Albert Bouhuis ermee en wens beiden van harte een mooie respons op hun werk.
En hiermee acht ik de tentoonstelling geopend.

Dank aan de vele donateurs, de gemeente Almelo, Prins Bernhard Cultuurfonds / Stadsfonds Almelo, Almelo Promotie, Kroon Oil en Malvern Panalytical.
Faciliteiten beschikbaar gesteld door Theater Hof88.

Kunsthal HOF88 Elisabethhof 6 7607 ZD  Almelo     Routebeschrijving
Openingstijden:  dinsdag t/m zondag 13.30 - 17.00 uur.
 

Gemeente Almelo logo Almelo promotie uni Logo surrea Malvern
 Logo Pr Bernhardfonds en Stadsfonds 2 trans Kroonoil   COGAS