Kunsthal Hof88 bannerlogo1100b

Dames en heren, 
Toen Hanny Niessen mij vroeg deze 47e  tentoonstelling van Indigo in de Kunsthal te openen, heb ik meteen ‘ja’ gezegd. Om daarmee mijn waardering te tonen niet alleen voor de constante en hoge kwaliteit van de exposities, maar ook om het enthousiasme, de inzet en de kennis waarmee Hanny, samen met Ulco Proost en Ineke Pezie elke keer weer een bijzondere en boeiende tentoonstelling weten samen te stellen. Geheel belangeloos, maar wel van groot belang voor de cultuur en de leefwereld van Almelo. Chapeau!
Vandaag staan vijf Almelose kunstenaars centraal. Hens Runhaar, Ankie van Huizen, Els Geurts, Dennis Zanoni en Lambert Oostrum. Als je langs hun werk loopt, zie je hoe verschillend en veelzijdig deze kunstenaars werken en je verbaast je erover hoe wonderwel ze met elkaar combineren in deze ruimte, ondanks hun diversiteit, of misschien juist wel daarom. 
Bij die diversiteit aan vormen en technieken dringt zich de vraag op: Wat is in al die kunstuitingen de verbindende factor? En ook de vraag: Welke beeld bestaat er in onze maatschappij van het kunstenaarschap en de kunst? Daarover is veel gezegd en geschreven. Ik noem u enkele citaten die dat verduidelijken. Zo zegt Kandinsky er dit over: ‘De kunstenaar is geen zondagskind in het leven. Hij heeft een zware taak te volbrengen die vaak zijn kruis wordt. Hij moet weten dat elk van zijn daden, gevoelens, en gedachten het materiaal vormt waaruit zijn werk ontstaat.’ Een zware taak dus, het kunstenaarschap. Over het wezen en de functie van de kunst in de maatschappij stelt de filosoof Nietzsche het volgende: ‘Kunst is in wezen de bevestiging, de zegening en vergoddelijking van het bestaan.’ En tenslotte formuleert de Ierse schrijver Bernard Shaw het volgende over de gedrevenheid van de kunstenaars. Hij doet dat op enigszins provocerende wijze. Ik citeer: ‘De ware kunstenaar zal eerder zijn vrouw laten verhongeren, zijn kinderen barrevoets laten rondlopen, zijn oude moeder voor hem laten sloven, dan aan iets anders te werken dan aan zijn kunst.’ 
Uit deze citaten mag blijken dat de kunst en het kunstenaarschap in hoog aanzien staan. Kunst komt tot stand door een voortdurende worsteling van de kunstenaar met zijn materiaal, voortgedreven in het besef dat hij niet anders kan en wil. 
Hans Abbing, zelf kunstenaar, maar ook econoom en socioloog, stelt in zijn proefschrift dat kunstenaars hun artistieke activiteiten niet zozeer als een beroep zien, maar eerder als een Roeping. En om die reden zijn zij bereid in vrijheid grote offers te brengen, in vergelijking tot andere beroepsgroepen met eenzelfde opleidingsniveau. Het romantische beeld van de bohemien was de eerste zich opofferende kunstenaar en Van Gogh was daarvan een sprekend voorbeeld. Aldus Abbing.
De kunst als levensvervulling, en het kunstenaarschap als Roeping. Dat is de verbindende factor, de rode draad zou je kunnen zeggen, die door het werk dat hier te zien is, heenloopt, in die veelheid aan ideeën, vormen, kleuren, materialen en technieken.
Dennis Zanoni 
In de eerste plaats het werk van Dennis Zanoni. Zanoni is een veelzijdig en eigenzinnig kunstenaar. Hij schildert, zoals hij zelf zegt, vanuit een chaos in zijn hoofd. Aan die chaos probeert hij vormen te onttrekken. Die vormen vragen niet om ‘begrepen’ te worden. Er valt niets te begrijpen, zoals hij zelf constateert, zijn tekeningen en schilderijen activeren slechts de zintuigen. 
Zijn werk is verrassend en oorspronkelijk en heeft verbindingen met o.a. poëzie. De intelligentie die uit zijn werk spreekt heeft hij verbonden aan emotionele uitingen, die zeer verschillend van aard zijn. Zo zien we op een van zijn doeken een compositie met een agressief en fel getekend gezicht in harde en primaire kleuren. Maar ook is een andere kant van zijn kunstuitingen te zien: zoals zijn werk getiteld ‘Stilleven-installatie’ een gemengde techniek met heel fijne tekeningen in zachte, bijna pastelkleurige tinten, in een ongelooflijk fijngevoelige combinatie en compositie. 
Zelf zegt hij over zijn werk:  “Ik fungeer als een soort ontvangstcentrum van horen, zien, ruiken en voelen. Taal speelt daarbij een belangrijke rol. Ik stel mij open voor prikkels uit mijn directe omgeving, zoals onverwachte contacten met andere mensen, televisie, internet of kunstboeken. Wat er uit mijn omgeving op mij afkomt kan een inspiratiebron zijn. Ik verwerk de prikkels en transformeer ze tot kleurrijke, amorfe vormen. Toeval - of intuïtie - speelt daarbij een belangrijke rol. Het begint met een kleur of een lijn en van daaruit componeer ik verder tot er een harmonie ontstaat. Ik leg mezelf niets op. Het hangt gewoon af van wat er op mijn pad komt.” Einde citaat. Gaat u straks kijken en zelf vaststellen welke bijzondere werken dat heeft opgeleverd.
Lambert Oostrum 
Een zelfde liefde voor het experimenteren met vormen en kleuren is te vinden bij Lambert Oostrum. Oostrum kreeg zijn opleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunst  in Den Haag. Hij ontving in 1987 de Alfons Blomme Prijs en in 2012 de Herman Krikhaar juryprijs.
Hij schildert, zegt hij, wat hem treft en ontroert. Zijn (nieuwe) werk komt voort uit persoonlijke ervaringen. Hij laat zich graag inspireren door landschappen in alle facetten. Al schilderend laat hij dat landschapsbeeld los, abstraheert het en ontwikkelt het verder op het doek. De vorm van het landschap kan daarbij nog herkenbaar zijn, soms ook niet. Het landschap wordt als het ware herontdekt en opnieuw uitgevonden in verf op doek.  Hij ervaart dat creatieve ontstaansproces als een ontdekking. Het is als een reis, zegt hij.
Soms ook maakt Oostrum gebruik van een bepaald procedé: hij maakt een foto van het schilderij in wording en bewerkt dat verder op de computer, waarvan hij dan een fine art print maakt, twee van deze fine art prints zijn in op deze tentoonstelling te zien. Hij gebruikt de computer als schetsboek, zegt hij. Deze wisselwerking is een van de vele technieken die Oostrum hanteert. Hij experimenteert graag, zoals gezegd, werkt met acrylverf, maar gooit er op het doek soms een kwast water doorheen, of mengt olie met acryl. Hij gebruikt de brede kwast, maar ook de verfspuit, wat een bijzonder effect oplevert.
Oostrum zegt, en ik citeer: ‘Het penseel geeft een zeker houvast en je weet wat er ongeveer gaat gebeuren. Als je andere technieken gebruikt is er ook sprake van toeval. Zeker als je die technieken door elkaar gebruikt of met elkaar vermengd. Ik zoek
een soort controleerbaar toeval, waarvan ik gebruik maak tijdens het schilderen. Ik laat me graag verrassen door het experiment en gebruik dat in het proces van het ontstaan van mijn schilderijen.’ 
Hens Runhaar.  
Tegenover het abstracte  werk van Oostrum staat het figuratieve werk van Hens Runhaar. Runhaar beheerst verschillende disciplines: hij schildert (olieverf en acryl), tekent, (krijt op papier, gemengde technieken), en laat hier ook ruimtelijk werk zien. Die verschillende uitingsvormen zijn soms met elkaar vervlochten in verschillende fasen van het wordingsproces.  Zo is de tekening ‘Zittende Moslimvrouw’ een voorstudie van het bronzen beeldje met dezelfde titel.
Hens Runhaar was docent Beelden Vorming aan het Noordik. En werkt nu als vrij beeldend kunstenaar. Zijn werk werd in 1978 bekroond met de Bronzen medaille van de stad Brussel, ter gelegenheid van de expositie ‘Les Arts en Europe.’ Hij toont met zijn werk een grote maatschappelijk betrokkenheid. Angst, onrecht, en verdriet vormen zijn thema’s. Zijn schilderijen zijn reflecties op slachtoffers van geweld. Zoals te zien op het drieluik met de titel ‘Allah Akhbar, Salaam Aleikum’. 
Naast zijn geëngageerde werk met de indringende en schrijnende beelden, staat er van Runhaar op deze tentoonstelling ook een ludiek beeld, polyester op keramiek, waar je heel blij van wordt. Ook dat is een kant, een meer speelser kant van de kunstenaar en zijn verbeeldingskracht. 
Ankie van Huizen 
In het werk van Ankie van Huizen staat niet zozeer de inhoud centraal, zoals bij Runshaar, maar eerder de vorm. Van Huizen volgde de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam. Naast haar vrije kunstenaarschap is zij is docent in Prismare, Enschede en bij de Kaliber Kunstenschool, in Almelo. In 2008 werd haar werk bekroond met de (eerste) Herman Krikhaar Publieksprijs. In 2011 won zij die prijs opnieuw.
Ankie van Huizen werkt voornamelijk in acryl en olieverf: van licht naar donker en van dunne lagen verf naar dikke lagen geschilderd. Zij laat zich inspireren door menselijke figuren, bloemen en langschappen, die zij in geabstraheerde vorm uitbeeldt. De titel van de schilderijen geven een hint, zoals de titels ‘Vaas’ en ‘Bloemen’, de verbeeldingskracht van de kijker doet de rest. Het onderwerp blijft dus altijd ondergeschikt aan de compositie, en het kleur- en lijnenspel. Om het onderwerp de zien en te ontdekken is afstand nodig. Dat geldt ook voor het 8-luik getiteld ‘Ogen blik’, dat teruggrijpt op klassiek werk: het Melkmeisje van Vermeer. Dit werk vereist inderdaad afstand, om het geheel te overzien, maar het vereist ook nabijheid. Dichtbij ontdek je in dat grote geheel de details: teksten, pagina’s van tijdschriften, modefoto’s en een kleine afbeelding – opnieuw – van het Melkmeisje van Vermeer zijn in de verf verwerkt. Die ontdekkingen maken haar werk spannend, zeker waar het de opnieuw vorm gegeven icoon van Vermeer betreft, in die enorme uitvergroting van de ogen.
 
Els Geurts (1953-2012) 
Ogen spelen ook een rol in het werk van Els Geurts. Ze zijn dikwijls gedeeltelijk bedekt door maskers of een hoed. Die verhulling geeft een extra lading aan haar schilderijen. Haar doeken zijn fotografische realistisch. De onderwerpen en thema’s die Els Geurts hanteert, roepen een spanning op, door de tegenstellingen tussen onschuld en pijn, tussen het idyllische en de schending daarvan. Dat alles zeer verhuld weergegeven in een subtiele symboliek.
Els Geurts begon haar kunstenaarschap  met impressionistische landschappen en stillevens. Na een abstracte periode, richtte ze zich op een verhalend thematiek en haar stijl werd, zoals gezegd, sterk realistisch. Op één na komen alle schilderijen op deze tentoonstelling uit de serie ‘De Engelen’. Het meisje in badpak, hier rechts naast me, kreeg de titel
‘Milieuconferentie’ mee. Het geheimzinnige, niet goed benoembare onbehagen dat het doek oproept heeft overeenkomst met de kunstfoto’s van Rineke Dijkstra. Beide kunstenaars drukken datzelfde onbehagen uit.  Als je er naar kijkt bekruipt je het gevoel ‘er is hier iets verschrikkelijks aan de hand.’  Die suggestie is sterk weergegeven. En iedereen mag/kan er zijn interpretatie aan geven. 
De laatste serie schilderijen die Els Geurts schilderde kreeg als titel ‘Holy Child.’ Eén uit die serie is hier te zien, namelijk het schilderij in de Grote Zaal: ‘Holy Child with Venus Botticelli’. 
Dit doek heeft ze geschilderd in het jaar voor haar dood. Els Geurts stierf in 2012. En haar laatste wens was ‘nog een keer in de mooi grote zaal van de Kunsthal te mogen exposeren.’ Die wens is vandaag in vervulling gegaan. 
Dames en heren,
Ik ga afronden. Georges Braque zei het al: ‘Al wat in de kunst belangrijk is, ligt voorbij de woorden’. Dat lijkt me een mooie afronding van deze inleiding. Ik nodig u uit, loop straks rond en laat u verrassen door al het moois dat hier in de Kunsthal te zin is. Ik dank u wel.
 
 
 
 
 

Dank aan de vele donateurs, de gemeente Almelo, Prins Bernhard Cultuurfonds / Stadsfonds Almelo, Almelo Promotie, Kroon Oil en Malvern Panalytical.
Faciliteiten beschikbaar gesteld door Theater Hof88.

Kunsthal HOF88 Elisabethhof 6 7607 ZD  Almelo     Routebeschrijving
Openingstijden:  dinsdag t/m zondag 13.30 - 17.00 uur.
 

Gemeente Almelo logo Almelo promotie uni
200311 LOGO hetbaken
 
Malvern
 Logo Pr Bernhardfonds en Stadsfonds 2 trans  roggekamp peitsch   COGAS